"I saw as soon as the firing began, that there could be no resistance"
Uit: Getuigenis van Edmond Guerrier, overlevende
Iedereen heeft wel eens van “Wounded Knee” gehoord, de gure vlakte in South Dakota waar de Amerikaanse cavalerie in december 1890 ten minste 150 Lakota mannen, vrouwen en kinderen afslachtte nadat deze groep, onder veiligheidsvoorwendselen van datzelfde Amerikaanse leger, kamp had gemaakt voor de winter. Een kwart eeuw eerder had zich echter op de prairie van oost-Colorado al eens een soortgelijke slachting voorgedaan, die lange tijd onderbelicht is gebleven in de officiële Amerikaanse geschiedschrijving en was weggemoffeld in het publieke geheugen.
Aan de oevers van de Sand Creek werden op 29 november 1864 naar schatting 150 Cheyenne en Arapahoe Indianen door een lokale militie van 650 vrijwilligers rücksichtslos over de kling gejaagd. Ze hadden de pech dat hun dorp zich in de nabijheid van een groeiende populatie blanke pioniers bevond. De aanspraken van deze “settlers” op de grond van het Westen bleken voldoende rechtvaardiging voor het uitroeien van een kleine gemeenschap. Het was immers hun “manifest destiny” om dit gebied te koloniseren.
Kolonel John Chivington van het Amerikaanse leger, aanvoerder van de burgermilitie, claimde tot aan zijn dood dat de aanval gerechtvaardigd was: “The first shot is fired by them. The first man who falls is white. No white flag is raised. None of the Indians show signs of peace, but flying to rifle pits already prepared they fight with a desperation unequalled, showing their perfect understanding of the relations that existed as regards peace or war as forty-nine killed and wounded soldiers too plainly testified." Het overvloedige bloedvergieten van de Amerikaanse burgeroorlog dat verder oostwaarts al 3 jaar voortduurde, had van Chivington en zijn vrijwilligers geen pacifisten gemaakt.
De congressionele onderzoekscommissie naar “Sand Creek” gaf de kolonel echter al in januari 1865 een politieke kastijding die zijn carrière in dienst van Washington beëindigde: “(..) Your committee can hardly find fitting terms to describe his conduct. Wearing the uniform of the United States, which should be the emblem of justice and humanity, (..) he deliberately planned and executed a foul and dastardly massacre which would have disgraced the wildest savage among those who were the victims of his cruelty. (..) He took advantage of their inapprehension and defenseless condition to gratify the worst passions that ever cursed the heart of man. It is thought by some that desire for political preferment prompted him to this cowardly act; that he supposed that by pandering to the inflamed passions of an excited population he could recommend himself to their regard and consideration.”
Ironisch genoeg leek Chivingtons veronderstelde streven naar lokaal publiek aanzien aanvankelijk te slagen. Nog in 1887, na 23 jaar van mogelijke bezinning, was de kolonel b.d. eregast in het stadje in Colorado dat naar hem was vernoemd. 8 mijl verderop werd het slagveld van Sand Creek bezocht. De lokale bevolking vond de kritiek op Chivington nog steeds “onrechtvaardige prietpraat van kwade tongen”. De kolonel was in hun ogen juist een heldhaftige wegbereider geweest voor de moderne beschaving in het door Indianen geteisterde Westen. Wat wisten die politici in het verre Washington nu van deze existentiële dreiging waar zij dagelijks mee te maken hadden?
In de 20e eeuw verdween deze gitzwarte bladzijde uit het dikke, inktzwarte boek van de “American - Indian Wars” lange tijd uit het collectieve publieke geheugen. De Amerikaanse overheid moest diep, diep graven totdat uiteindelijk in 1999 (!) archeologen en onderzoekers van de National Park Service de exacte plek van het slagveld vaststelden. In 2007 werd dit een officiële “National Historic Site”, ter nagedachtenis aan de omgekomen Cheyennes en Arapahoes. Pas ruim 140 jaar na dato werd dus een begin gemaakt met een officieel monument voor deze verdwenen geschiedenis. Amerika wordt, net als andere natiestaten, natuurlijk niet graag herinnerd aan grove fouten uit het eigen verleden. Toch kreeg “Wounded Knee” bijvoorbeeld al in 1965 de monumentenstatus.
De “Sand Creek National Historic Site” blijft in meerdere opzichten een monument waarbij kanttekeningen geplaatst kunnen worden. De bereikbaarheid in de “middle of nowhere” (8 mijl onverharde weg door het grote niets) vergt wel bijzonder veel doorzettingsvermogen en bedrevenheid in de kunst van het overleven van de doorsnee toerist. Ook is het tragisch dat de afstammelingen van de getroffen gemeenschap van Native Americans en de National Park Service van mening verschillen over de exacte plek waar de slachting plaatsvond. De stemmen van de voorouders van deze stammen vertellen in de traditie van mondelinge geschiedenis een ander verhaal dan de metaaldetectoren en academische onderzoeksmethoden van de NPS. Wie bepaalt uiteindelijk welk verhaal bij de nationale geschiedenis wordt verteld, een overheid of diens meest betrokken burgers zelf? Een heikele kwestie die voortduurt, zeker in een land waarin de democratie zo hoog in het vaandel staat als de in de V.S. Als gevolg hiervan is het Sand Creek monument zeer karig ingericht om vooral niemand tegen het hoofd te stoten. Hier staan geen torenhoge obelisken of gedenkmuren.
Met kolonel Chivington zelf liep het niet veel beter af. Hij werd persona non grata na Sand Creek en stierf, na een stukgelopen huwelijk met zijn eigen schoondochter, berooid en alleen in Denver. Chivington, Colorado is sinds de Dust Bowl van de jaren ’30 niet meer dan een verwaaid spookstadje. Dit zijn symbolische overwinningen op de geest van Chivington. De geschiedenis en huidige staat van het monument bij Sand Creek kennen echter voorlopig enkel verliezers. Er ligt dus een mooie uitdaging voor de NPS om dat beeld te doen kantelen. Het is de hoogste tijd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten